paulkaufman.nl

Waar of onwaar: Wat doet de Niet-interactietreffer in Google Tag Manager en Analytics?

Iedereen die ooit met Google Tag Manager heeft gewerkt, heeft hem wel eens gezien: de Niet-interactietreffer. Deze optie in de Universal Analytics-tag krijgt echter zelden de aandacht die hij verdient. Het is namelijk een erg handige instelling, die van grote invloed op jouw data kan zijn.

Maar wat doet de Niet-interactietreffer precies? En nog belangrijker: wanneer zet je hem op waar of onwaar? In deze blog leg ik het uit.

Niet-interactietreffer in Google Tag Manager

Wat is de Niet-interactietreffer?

Google Analytics geeft ons de mogelijkheid om gebeurtenissen te meten. Zo kunnen we zien wanneer een bezoeker op een telefoonnummer klikt of een contactformulier heeft ingevuld. Bij webshops tracken we ook producten die de winkelwagen ingaan en afgeronde bestellingen.

Deze gebeurtenissen zijn belangrijke meetmomenten, omdat we daaruit kunnen afleiden hoe succesvol de online marketing is geweest.

In Analytics beïnvloeden gebeurtenissen (“events” in de Engelstalige versie) normaliter de bounce rate. Dat wil zeggen: als een bezoeker een contactformulier invult en daarna direct jouw website verlaat, dan wordt dit niet als “bounce” gerekend.

En dat is best logisch als je erover nadenkt: de bezoeker had interactie met jouw website en dat is precies wat we als online markeer willen bereiken. Het zou daarom raar zijn om zo’n interactie als bounce te rekenen.

Maar er zijn ook momenten waarop je niet wil dat een gebeurtenis de bounce rate beinvloedt. In dat geval zet je de Non-Interaction op “true” of “waar”.

Onthoud het volgende:

  • Niet-interactietreffer = true → gebeurtenissen hebben geen invloed op bounce rate; bounce rate wordt op normale manier berekend.
  • Niet-interactietreffer = false → gebeurtenissen hebben wel invloed op bounce rate; als de bezoeker na een gebeurtenis de website verlaat, wordt dit niet als bounce gerekend.

Wat was bounce rate ook alweer?

De term “bounce rate” werd hierboven al meerdere malen genoemd en is een essentieel begrip om de Niet-interactietreffer te begrijpen. Hoewel het voor sommigen van jullie overbodig zal zijn, leg ik hieronder kort uit wat de bounce rate inhoudt.

In Analytics wordt een sessie als bounce gerekend als een bezoeker niet meer dan één pagina heeft bezocht. De bezoeker kwam bijvoorbeeld op een blog of landingspagina en besloot om daarna meteen de benen te nemen. Dit noemen we ook wel single-page sessions.

De bounce rate wordt berekend door single-page sessions door het totaal aantal sessies te delen. Dit getal vermenigvuldig je met 100% en het percentage dat hieruit volgt is de bounce rate.

Als er bijvoorbeeld twee bezoekers naar jouw website komen en één verlaat de site onmiddellijk na het zien van één pagina en de ander klikt door om nog een andere pagina te bekijken, dan heb je een bounce rate van 50%.

Lees meer over Bounce Rate

Instellen van de Niet-interactietreffer: waar of onwaar?

Nu onze kennis over bounce rate weer helemaal up to date is, blijft de belangrijkste vraag over: wanneer zet je de Niet-interactietreffer op waar (of onwaar)?

Het antwoord is even simpel als vaag: dat is helemaal aan jou. Je zult zelf moeten inschatten of een gebeurtenis de bounce rate mag beïnvloeden. Zorg er wel voor dat iedereen binnen jouw team op de hoogte is van jouw keuze en dat die consequent wordt uitgevoerd. Anders wordt het een rommeltje.

Zelf gebruikt ik dit artikel van Che Kohler regelmatig als gids om te bepalen of de Niet-interactietreffer op waar of onwaar moet staan. Zijn tekst is tevens een belangrijke bron voor deze blog.

Niet-interactietreffer in Google Tag Manager

Niet-interactietreffer = Onwaar

Bij gebeurtenissen die voor een klant direct van meerwaarde zijn, zoals het versturen van een contactformulier of de aankoop van een product, zet ik de Niet-interactietreffer op False/Onwaar.

Deze conversies staan voor mij gelijk aan Mission Accomplished en daarom wil ik dat ze als Interaction Hit gezien worden.

Hierbij wordt de bounce rate dus wel beïnvloed, omdat er geen bounce wordt gerekend als een bezoeker na een single-page session de website verlaat. Het maakt me namelijk helemaal niet uit dat de bezoeker weggaat: het doel is behaald!

Niet-interactietreffer = Waar

Bij gebeurtenissen die niet direct van meerwaarde zijn voor een klant, zet ik de Niet-interactietreffer op True/Waar. Dit zijn gebeurtenissen als het openen van een PDF of het klikken op een social media-link. Ook bij een interactie als “Add to cart” zet ik hem op Waar.

Deze gebeurtenissen zijn weliswaar belangrijk om te meten, zodat je bijvoorbeeld een sales funnel kunt opmaken, maar ik wil niet dat ze als een echte user-interactie gezien worden.

Omdat de Niet-interactietreffer op Waar staat wordt de bounce rate niet beïnvloed. Als een bezoeker dus op een social media-button klikt na een single-page session, verschijnt die als bounce in de data.

Weet wat je meet

De Niet-interactietreffer is dus een belangrijke instelling, omdat die bepaalt welke gebeurtenissen de bounce rate beïnvloeden. Ga voor jezelf na bij welke gebeurtenissen de Niet-interactietreffer op Waar of Onwaar moet staan en ben consequent in de uitvoering. Alleen dan weet je zeker dat je de data voor 100% kunt vertrouwen.

Twijfel je nog over de juiste instelling? Bekijk dan de onderstaande tabel. Twijfel je daarna nog steeds? Neem dan contact op.

Alles op een rijtje

De onderstaande tabel dient als leidraad om de Niet-interactietreffer in te stellen. Ik wil benadrukken dat dit een persoonlijke interpretatie betreft en niet voor alle situaties opgaat. Bedenk zelf wat je wilt meten (en waarom!) en pas daar de instellingen op aan. 

Bekijk meer blogs